Iedere kerk was gewijd aan een bepaalde heilige. De patroonheilige van Dreischor was Sint-Adriaan die hier te boek stond als de heilige van de huidenvetters, dat zijn de leerlooiers. Het was uiteraard een beschermheilige waaraan men behoefte had, zodat we mogen concluderen dat de schapenhuiden ter plaatse werden gelooid.
Pasgeborenen werden veelal genoemd naar de schutspatroon van hun dorp, zodat hier Adriaan destijds de meest gebruikte voornaam was.
Over de heilige Adriaan is het
volgende bekend.
Wegens schaarste aan middeleeuwse bronnen is tot nu toe niet gebleken of er verband heeft bestaan tussen de Sint-Adriaansabdij te Geraardsbergen en de Sint-Adriaanskerk te Dreischor. Onmogelijk is dat niet, omdat in veel gevallen Vlaamse monniken betrokken waren bij de inpoldering van Zeeuws gebied. Bovendien is het opvallend dat ook Dreischor bedevaartsplaats was, zij het lang niet in die mate als Geraardsbergen.
Bron: Uit Dreischors verleden door J.L.Braber