Protestantse Gemeente Dreischor-Noordgouwe

Inhoudsopgave


1. Grafmonument Pieter Mogge | NIEUW en Vergeten vrouwen
2. De grafmonumenten
3. Gerestaureerde grafmonenten (2011)
4. Vertaling van de Latijnse teksten
5. De loopbanen van de heren Ockersse en Mogge
6. 18e eeuwse beschildering van het plafond en de draperie
7. De ambachtsheren en Slot Windenburg
8. Oud verhaal waarin het grafmonument een rol speelt 

1. Grafmonument Pieter Mogge | NIEUW


'Het monument van Mr. Pieter Mogge is een getuigenis in geloof en wederopstanding. Het roept op tot eendracht, voorzichtigheid en matigheid in bestuur en leven. Het impliceert mogelijk ook hoop op Vrede in moeilijke tijden.'

Het grafmonument van Mr. Pieter Mogge

Bronvermelding:
Drs. Ronald Brouwer | Kunstwacht, tekst, 2022.
Joram Grootveld | Kunstwacht, foto's, 2022.

2. De grafmonumenten

De Grafmonumenten van Jan en Cornelis Ockersse en hun neef Pieter Mogge.

3. Gerestaureerde grafmonumenten (2011)

4. Vertaling van de Latijnse teksten



Mr. Jan (Danielsz.) Ockersse (Hoorn 1668-Zierikzee 1742)
Ter herinnering aan een edelwaardig man, Johannes Daniël Ockersse, heer over Dreischor. Beroemd van eigen en voorgeslacht, die de bewoners van Hoorn in West-Friesland (Ja dat staat er écht) naar hun eigen verlangen met rechterlijke waardigheid hebben bekroond. Maar de Zeeuwen, die hem niet in eer tekort wilden doen, hebben hem lid gemaakt van het stadsbestuur te Zierikzee, en in het college van de 4 openbare Thesauriers. Hij zorgde voor de bevolking en wist bemind te worden door iedereen. En als raadsheer in de Staten van Holland en Zeeland heeft hij de weegschaal van Vrouwe Justitia zo gehanteerd, dat het goed was. Hij hield vast wat billijk was, was rechtvaardig in zijn bestuur, zuiver in deugden, rechtschapen van karakter. Hij is gestorven, zijn naam leeft voort, maar het gemis aan hem blijft bestaan. 1742, 1 november, 74 jaar oud.

Mr. Cornelis Ockersse (Hoorn 1672-’s-Gravenhage 1728)
Ter heilige nagedachtenis aan een edel en achtenswaardig Cornelis Daniël Ockersse die zich zijn eigen en voorvaderlijke eerbewijzen heeft waardig getoond te zijn, de kon bogen op de hoogste eer in de Stad in zijn vaderstad Zierikzee. Door die van burgemeester en meermalen met rechterlijke waardigheid is bekleed en ten slotte tot het einde van zijn leven in de Staten-Generaal van Nederland is opgenomen als vertegenwoordiger van Zeeland. Tijdens zijn leven was hij een verzameling van deugden, een vreugde voor goede mensen, nu is hij een gemis dat niet vergaat voor deze generatie. Onvatbaar voor verderf, hoogst betrouwbaar, erg verstandig en met een groots beleid, heeft hij zijn krachten gegeven in de belangen van zijn vaderland, voor niemand ooit te zwaar, maar inschikkend, welwillend, vriendelijk en aardig zoekt hij de afgunst zelf door een beminnelijke vereniging van deugden te beteugelen en is hij, diep betreurd door alle goeden, gestorven op 4 januari 1728.


Mr. Pieter Mogge  (Zierikzee 1698-’s-Gravenhage 1756)
Ter gedachtenis voor altijd aan de edele heer Mogge, die geleefd heeft als heer van Dreischor en Renesse, burgemeester en raadslid van de stad Zierikzee, dijkgraaf van het eiland Schouwen, en een vroom verstandig en standvastig persoon, zeer bekwaam in het schrijven en vrijgevig aan de armen. Hij werd 57 jaar.
Hij heeft overwonnen laster en afgunst, en stierf in den Haag op 6 november 1756.
Hij beveelde dat zijn afgelegde klederen (lees:stoffelijk overschot) hier zouden worden bijgezet en een monument, dit monument, voor hem zou worden opgericht, met, zo nodig, de grootste wilskracht.
 
Vertaling:
Leander van den Bos (2021)

5. De loopbanen van de heren Ockersse en Mogge


Mr. Jan (Danielsz.) Ockersse (Hoorn 1668-Zierikzee 1742)
Raad, burgemeester, thesaurier en weesmeester van Zierikzee, van 1721-1728 lid van het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland te Den Haag (een rechtbank voor hoger beroep) waarna hij terugkeerde naar Zierikzee waar hij opnieuw raad en burgemeester werd.
Ambachtsheer van Dreischor vanaf 1704.

Zijn broer was
Mr. Cornelis Ockersse (Hoorn 1672-’s-Gravenhage 1728)
Schepen van Zierikzee; commissaris van de Vierbannen van Duiveland (deze heerlijkheid was in het bezit van de stad Zierikzee), vanaf 1718 rekenmeester namens Zeeland van de Rekenkamer van de Generaliteit te Den Haag (de voorganger van de huidige Algemene Rekenkamer) en vanaf 1720 gedeputeerde namens de Staten van Zeeland bij de Staten-Generaal.

Na het overlijden van zijn broer Cornelis liet Jan Ockersse de grafkapel in de kerk inrichten met een grafkelder en een grafmonument. Ook hijzelf werd daar begraven in 1742. Afgezien van legaten had Jan Ockersse zijn neef mr. Pieter Mogge benoemd tot enig erfgenaam.

Mr. Pieter Mogge (Zierikzee 1698-’s-Gravenhage 1756)
Raad, schepen en burgemeester van Zierikzee, opperdijkgraaf van Schouwen, vanaf 1737 rekenmeester namens Zeeland van de Rekenkamer van de Generaliteit te Den Haag en vanaf 1741 gedeputeerde namens de Staten van Zeeland bij de Staten-Generaal
Ambachtsheer van Renesse en Dreischor. Hij volgde zijn oom Jan Ockersse op als ambachtsheer van Dreischor na diens overlijden. In 1753 verkocht hij dit aan mr. Andries Heshuijsen.

De grafmonumenten zijn dus ter nagedachtenis van de twee broers en hun neef. Alleen Jan was gehuwd maar had geen kinderen.

Bron
Dr. Huib Uil
DRONEFOTO Johannes de Boed

6. 18e eeuwse beschildering van het plafond en de draperie


Boven de tombe, die tegenwoordig eigendom is van de burgerlijke gemeente Schouwen-Duiveland, is een typisch achttiende eeuwse beschildering aangebracht op een houten plafond.

Voor de beschildering hangt een draperie, deze moet gezien worden als een toneelpresentatie - het doek wordt weggetrokken, en we zien de schildering evenals de tombe. Soms wordt zo'n schot, want dat is het (illusionair beschilderd houten schot) wel eens Turkse hoed, Turkse tent, of Turkse kap genoemd. Een heel uitgebreid voorbeeld is te vinden in de NH kerk in Goes, boven het orgel uit 1739. En een soortgelijk motief, maar dan helemaal opgenomen in het object zelf, is de bekroning van de herenbank uit 1735 in de NH kerk in Maarssen. Er zijn er meer. Maar hier is het blijkbaar 'enkel' een draperie, zonder een dergelijke naam. Meestal zijn dit soort 18de eeuwse toevoegingen verdwenen, werden verwijderd als 'niet oorspronkelijk' of 'te frivool'. Maar hier in Dreischor dus nog aanwezig en dat is best bijzonder. De 18de eeuw had bij voorkeur een relatie met het toneel, en dus ook met haar effecten.

Bron:
W. Meulenkamp
 

7. De ambachtsheren en Slot Windenburg

Voorgeschiedenis
Kastelen uit de middeleeuwen zijn versterkte stenen huizen die tussen de jaren 1100 en 1400 werden gebouwd ten behoeve van de adel en de landsheren.
De macht van de adellijke geslachten die hierin woonden berustte meestal op het bezit van grond. Het ambachtsheerlijke kasteel was voornamelijk het middelpunt van grootgrondbezit en van het bestuur en over het omliggend gebied. Daarnaast profiteerde hij in niet geringe mate van de overige rechten die aan zijn ambachtsheerlijkheid verbonden waren zoals aanwasrechten, visrechten, maalrechten, veerrechten, etc.

Slot Windenburg
In opdracht van Albrecht van Beieren werd kasteel Windenburg gebouwd. De juiste stichtingsdatum is niet bekend, maar het werd vermoedelijk tussen 1397 en 1401 gebouwd als grafelijk slot. In 1404 kreeg zijn weduwe Margaretha van Kleef, Dreischor toegewezen ten behoeve van haar levensonderhoud. Zij overleed in 1411 en Dreischor verviel aan de graaf. Daarna werd Floris van Haamstede burggraaf van Dreischor. In 1413 kocht Catharina van Kleef de heerlijkheid Dreischor en na haar dood kwam het in handen van Philips de Goede. In 1453 schonk deze de heerlijkheid Dreischor aan Adolf van Kleef, zijn tweede vrouw was Anna van Bourgondië (dochter van Philips de Goede). Adolf van Kleef overleed in 1492, waarna zijn zoon Philips hem opvolgde. Deze overleed 1528 kinderloos en Dreischor werd weer van de graaf. In een brief van 9 december 1530 verklaarde Karel V dat Dreischor, als bijzondere heerlijkeid, niets met de toenmalige Staten van Zeeland te maken had. Dit heeft geduurd tot 1705.
In dat jaar verkochten de Staten van Zeeland de heerlijkheid aan Mr. J.D. Ockersse. In 1742 werd zijn neef, Pieter Mogge van Renesse, eigenaar van Dreischor. Deze verkocht alles in 1753 aan Mr. A. Heshuijzen. In 1790 werd bij testament C.J. de Jonge eigenaar van de heerlijkheid. Hij verkocht op 8 augustus 1837 het kasteel Windenburg voor de sloop.



Informatie:
J.P. van den Broeke, (1973), Middeleeuwse kastelen van Zeeland, www.uitgeverijelmar.nl
Nederlandse Kastelenstichting Doorn over Windenburg te Dreischor

8. Oud verhaal waarin het grafmonument een rol speelt


Protestantse Gemeente Dreischor-Noordgouwe

Doopvont Noordgouwe

Protestantse Gemeente Dreischor-Noordgouwe is een samenwerkingsverband van de Protestantse Gemeente Dreischor en de Protestantse Gemeente Noordgouwe.
Sinds 19-10-2014 is ds. Josée van de Putte (1956) als predikante aan onze gemeente verbonden.

E jcvdputte@gmail.com 
M
+31 6 31993660